Geschiedenis van Doezum en “de Eest”

Vorige pagina

De kerk van Doezum

De eerste stenen kerk van Doezum is gebouwd in de 12de eeuw. In de tijd, toen het alleen de kerk was die men stijlvol en, waar er geld voor was, ook kunstvol bouwde. Kunst deed dienst als offergave tot eer van God. Ze had alleen een functie in het kader van de eredienst. De kerk was opgetrokken in Romaanse stijl en als bouwstenen gebruikte men tufsteen. Het was een uit Duitsland afkomstige natuursteen, die veelal in Deventer werd gelost. De muren werden met een wijde spouw opgezet; voor opvulling van deze ruimte gebruikte men keien en steenbrokken in kalkspecie. De muren werden hierdoor heel dik, hier wel 85 cm. Ze rustten op een fundering van granietblokken, die in het veld waren opgedolven. Wie vóór de restauratie als leek de kerk van Doezum heeft bekeken, kon in het bouwsel maar moeilijk de restanten terugvinden van de eens zo fraai en homogeen uitgevoerde bouw. Het verleden werd nog het best bewaard in de toren, waaraan veel tufsteen was gespaard. Bij alle verbouwingen en herstellingen na de Reformatie is een deel van de vroegere schoonheid opgeofferd. De laatste herstelling dateerde van 1808. Ook de fundering van de toren bestaat uit grote veldkeien, ingebed in een kleilaag. Er hebben kleine verschuivingen plaats gehad, zodat de toren naar de westzijde ging overhellen. De tufsteenblokken waren van groot formaat. Voor reparaties heeft men later baksteen gebruikt evenals voor de topgevels voor het latere zadeldak. Aan beide kanten was de toren vroeger geflankeerd door een aanbouw, waarvan het noordelijke gedeelte al bij een vroegere verbouwing gesneuveld is. Het westelijk gedeelte werd bij de laatste deskundige restauratie in ere hersteld. Onder mooie rondbogen door, kon men van de toren uit de vleugels bereiken. Er is nu een westelijke ingang gemaakt, overeenkomstig de oorspronkelijke situatie.

Bij vroegere verbouwingen had men op verschillende punten het muurwerk van de kerk doorbroken om er ramen in te zetten. Het geheel werd daardoor natuurlijk verzwakt. Het mooiste in de kerk was het ronde koor met een halfronde absis, die het koepelgewelf steunde, dat uit tuf-en baksteen was gemetseld. Van buiten heeft de kerk aan de koorzijde een vijfzijdige afsluiting. De muren van het koepelgewelf zijn bij de restauratie opgeleverd in schoon metselwerk, ter vervanging van de oude bepleistering. Overal waar men duidelijk sporen vond van eens aanwezige nissen en rondboogvensters, heeft men deze weer te voorschijn getoverd. En zo is de eens aan de H. Veit gewijde kerk van Doezum van zijn vele verminkingen weer grotendeels genezen. De kerk kreeg een geheel nieuwe bekapping van eikenhout. Het dak van het westelijk deel heeft men hoger gemaakt, om de tweedeling van het gebouw te accentueren. De zuidzijde is veel mooier geworden doordat de deuren verdwenen zijn. De noordwand is nu helemaal gesloten. In het koor heeft echter het oude Noormannenpoortje in de vorm van een klein deurtje weer een plaats gekregen. De dakbedekking bestaat op de kapel uit Romaanse rode pannen, de zogenaamde monniken en nonnen, terwijl het westelijk gedeelte helblauwe pannen draagt. De toren is versterkt met betonnen ringbalken. In de kerk heeft men de kansel nu een plaats gegeven aan de rechterwand in het koor.

Lees verder